Een lijst vakken of modules vertelt nog niet waarom die onderdelen in het programma staan. Bij curriculumontwerp maak je die keuzes expliciet: wat moeten leerlingen of studenten leren, welke ervaringen helpen daarbij en hoe zie je wat zij beheersen?
Leg vier ontwerpvragen naast elkaar
| Vraag | Wat leg je vast? |
|---|---|
| Wat willen we bereiken? | De doelen of leeruitkomsten, hun niveau en de kaders waaruit ze komen. |
| Welk bewijs past daarbij? | De prestatie, het product of de handeling waarmee een leerling of student het doel aantoont. |
| Hoe bereiden we daarop voor? | De opdrachten, oefening, feedback en begeleiding die het leren mogelijk maken. |
| Hoe bouwen we dit op? | De volgorde, tijd en verbinding met andere vakken, modules of leerjaren. |
Werk één doel door
Ontwerpvoorbeeld: een student moet een advies kunnen onderbouwen. Benoem eerst waaraan een goed onderbouwd advies voldoet. Bekijk daarna of de beoordeling dat zichtbaar maakt en of studenten tijdens het onderwijs kunnen oefenen met argumenten, bronnen en feedback.
Leg het bestaande materiaal erbij. Alleen een doel anders formuleren verandert de opdracht of beoordeling nog niet. Noteer welke onderdelen je daadwerkelijk wilt aanpassen.
Kies een aanpak die bij het vraagstuk past
Bij een afgebakende module kan Backward Design helpen om leerresultaten, bewijs en onderwijs naast elkaar te zetten. Bij een groter traject helpt ADDIE om ontwerpwerk en beslismomenten te ordenen. Geen van beide neemt de inhoudelijke afweging over.
Gebruik de vier ontwerpbenaderingen om te bespreken hoeveel vooraf vastligt en waar onderzoek, overleg of uitproberen nodig is.
Leg het besluit en de open vraag vast
Bewaar bij iedere wijziging de aanleiding, het besluit en het materiaal waarmee je later controleert wat de aanpassing heeft opgeleverd. Noteer ook wat nog onbekend is en wie dat uitzoekt. Zo wordt een herziening navolgbaar voor collega’s die later aansluiten.
