Elke docent werkt – bewust of onbewust – met een curriculum. Of je nu een methode volgt of je eigen lesmateriaal ontwikkelt, er ligt altijd een plan ten grondslag aan het leren. Maar hoe zorg je ervoor dat dit plan echt effectief is? Het model van Backward Design biedt hiervoor een krachtige en praktische aanpak.
Wat is Backward Design precies?
Het idee is eenvoudig: begin niet bij de activiteiten of toetsen, maar bij wat je leerlingen of studenten uiteindelijk moeten leren. Jay McTighe en John Wiggins beschreven dit model in Understanding by Design (1998), voortbouwend op het werk van Ralph Tyler. Zij pleiten ervoor om het leerproces centraal te zetten en vanuit daar het onderwijs stap voor stap op te bouwen.
Backward design bestaat uit drie logische stappen. Je start met het bepalen van de leerresultaten: wat moeten leerlingen of studenten kennen en kunnen aan het eind van een lessenserie, module of opleiding? Vervolgens denk je na over hoe je zichtbaar maakt of deze doelen worden behaald. Dit betekent dat je passende vormen van toetsing ontwerpt – formatief, summatief of programmatisch – zolang het inzicht geeft in het leerproces. Pas daarna richt je je op de leeractiviteiten die nodig zijn om deze doelen te bereiken. Je maakt daarbij bewuste keuzes over hoe je studenten ondersteunt en stimuleert in hun leerweg.

Waarom is Backward Design van belang?
Het begint bij de essentie: Wat moeten studenten aan het einde écht weten, kunnen of begrijpen? Pas daarna bepaal je hoe je toetst of ze dat bereikt hebben, en als laatste ontwerp je de leeractiviteiten die ze daar naartoe begeleiden. Deze omgekeerde aanpak helpt om focus aan te brengen, keuzes bewust te maken en het curriculum in samenhang te ontwerpen.

- Overmatig inhoudsgericht – Dit is het streven om ‘alle stof af te krijgen’, vaak uit een methode. De nadruk ligt op tempo en volledigheid, in plaats van op diepgang of begrip.
- Overmatige activiteiten gerichtheid – Hierbij draait het onderwijs vooral om leuke of interessante activiteiten, zonder duidelijke koppeling aan leerdoelen. Studenten zijn druk bezig, maar leren ze wat echt belangrijk is?
Beide benaderingen missen vaak samenhang en richting. Backward Design voorkomt deze fouten door te starten bij het einddoel en daar alles op af te stemmen. Zo voorkom je dat leren versnipperd of oppervlakkig wordt, en werk je aan een curriculum dat klopt – van doel tot toets tot activiteit.
Hoe gebruik je Backward Design in de praktijk?
Backward design is een overzichtelijk en effectief model dat goed werkt in de onderwijspraktijk. Het is logisch opgebouwd en snel in te zetten. Toch kan het uitdagend zijn om ermee te starten, juist omdat het je uitnodigt om anders te denken dan je gewend bent. Vaak begin je als docent vanuit een opdracht of toets, terwijl deze aanpak juist vraagt om eerst te focussen op wat écht belangrijk is voor leerlingen om te leren. Hieronder staat een uitgebreide versie van het ontwerpmodel om zo Backward Design toe te passen in de praktijk. Elke fase bevat zowel inhoudelijke achtergrond als concrete en toepasbare werkvormen. Deze stappen helpen je om tot een helder en flexibel leerplan te komen. De essentie van backward design vind je vooral terug in stap 3 t/m 6.
- De collectieve ambitie (de visie)
- Formuleer ontwerpprincipes
- Kies en verwerk de beoogde leerresultaten
- Denk na over de ordening en organisatie van het curriculum
- Beoordelen en beslissen
- Vormgeven van het leerproces
- Didactiek
- Kwaliteit en evaluatie

Backward design toepassen in Curriculum Playground
De stappen van backward design leggen de focus op doordacht en doelgericht onderwijsontwerp. Het helpt je om niet te beginnen bij losse activiteiten of standaard toetsen, maar bij de essentie: wat wil je dat je studenten écht leren? De digitale tool Curriculum Playground maakt dit proces inzichtelijk en praktisch toepasbaar. De tool is namelijk gebouwd op de principes van backward design.
Stap 1: Leeruitkomsten formuleren
Je begint met het formuleren van de leeruitkomsten die aangeven wat studenten aan het eind van een cursus of opleiding moeten kunnen. Deze uitkomsten geven richting aan zowel de toetsing als de leeractiviteiten. Door ze centraal vast te leggen, creëer je direct een stevig fundament voor het curriculum.

Stap 2: Toetsvormen koppelen aan leeruitkomsten
Als de leeruitkomsten helder zijn, ga je verder met het koppelen van toetsvormen. Dit helpt om vanaf het begin na te denken over hoe studenten laten zien dat ze de leeruitkomsten beheersen. In Curriculum Playground koppel je de toetsvormen eenvoudig aan de leeruitkomsten, en in het toetsoverzicht zie je in één oogopslag hoe de toetsing over het curriculum verdeeld is:

Stap 3: Leeractiviteiten ontwerpen
Daarna ontwerp je de leeractiviteiten die studenten helpen om de leeruitkomsten te behalen en zich goed voor te bereiden op de toetsing. In de tool leg je deze activiteiten vast in een leerpad, waarin je precies ziet welke activiteiten aan welke leeruitkomsten zijn verbonden. Zo zorg je ervoor dat alle onderdelen logisch op elkaar aansluiten:

Van abstract model naar inzicht in je curriculum
Waar backward design je een theoretisch kader biedt, helpt Curriculum Playground je om dit concreet toe te passen in je eigen onderwijspraktijk. De tool ondersteunt je stap voor stap in het proces: van het formuleren van leeruitkomsten, via het ontwerpen van toetsing, tot het plannen van leeractiviteiten. Dit maakt het mogelijk om bewuste, samenhangende keuzes te maken en zichtbaar te krijgen hoe alles in het curriculum met elkaar verbonden is. Curriculum Playground is dus meer dan alleen een analysetool. Het is een plek waar je actief kunt ontwerpen, aanpassen en doorontwikkelen. Zo wordt backward design geen theoretisch model, maar een concreet hulpmiddel dat je inzet bij het vormgeven van krachtig en samenhangend curriculum.
