Bij onderwijsontwerp is het verleidelijk om te beginnen met onderwerpen, werkvormen en weken. Backward Design stelt de volgorde ter discussie. Eerst bepaal je wat leerlingen of studenten aan het einde werkelijk moeten laten zien, daarna welk bewijs overtuigt en pas dan welke leerervaringen daarvoor nodig zijn.

Besluit 1: wat telt aan het einde?

Kies een beperkt aantal bedoelde resultaten. Verbind ze aan de geldende bron: kerndoel, kwalificatiedossier, opleidingsprofiel of vastgesteld leerresultaat. Schrijf ook op wat niet de kern van dit onderdeel is.

Besluit 2: welk bewijs is overtuigend?

Beschrijf het werk, gedrag of oordeel dat laat zien dat het resultaat is bereikt. Een toetsvorm is nog geen bewijsredenering. Leg uit waarom juist dit materiaal past bij het gevraagde handelen, de context en het niveau.

Besluit 3: welke leerroute maakt dat mogelijk?

Plan terug vanuit het bewijs. Wanneer ziet de lerende een voorbeeld? Waar wordt een deelhandeling geoefend? Wanneer komt feedback? Welke zelfstandige toepassing gaat vooraf aan de beoordeling?

Gebruik het canvas als besluitblad

Een Backward Design-canvas helpt om de drie besluiten naast elkaar te zetten. Vul niet ieder vak op om het canvas compleet te krijgen. Markeer aannames en noteer wie ontbrekend bewijs controleert.

Controleer de lijn

Lees na afloop van rechts naar links. Bereiden de activiteiten voor op het gekozen bewijs? Ondersteunt dat bewijs een oordeel over de bedoelde resultaten? En komen die resultaten uit de juiste bron?

Backward Design garandeert geen goed curriculum. Het maakt wel zichtbaar op welk van de drie besluiten een team nog geen overtuigend antwoord heeft.