In de jaarplanning staat ‘argumenteren’. De methode heeft er een hoofdstuk voor en aan het einde van de periode leveren leerlingen een tekst in. Toch blijft in het sectieoverleg een eenvoudige vraag liggen: waar oefenen leerlingen eigenlijk met het onderbouwen van hun standpunt, voordat we dat beoordelen?
Om die vraag te beantwoorden, heb je een overzicht nodig waarin je de opdrachten, doelen en volgorde naast elkaar kunt bekijken. Eigenlijk is dat een klein stukje curriculum. Hieronder werken we dat uit voor drie opdrachten bij Nederlands.
Kies de vraag die je wilt kunnen beantwoorden
‘We willen ons curriculum in kaart brengen’ is een begrijpelijk voornemen. Maar wanneer is dat overzicht bruikbaar? Dat wordt pas duidelijk als je vooraf benoemt welke keuze je ermee wilt maken.
In ons voorbeeld is daarbij de vraag: waar oefenen leerlingen het onderbouwen van een standpunt, en krijgen ze gelegenheid om feedback te gebruiken vóór de beoordeling?
Daarvoor bekijken we Nederlands, havo 2, periode 3. We nemen de opdrachtteksten, de planning en de beoordelingsafspraken erbij. De andere periodes laten we voorlopig liggen. Als blijkt dat noodzakelijke voorbereiding daar plaatsvindt, kunnen we er gericht een tweede lessenserie bij betrekken.
Dit is een fictief ontwerpvoorbeeld, uitgewerkt vanuit een officiële doelzin voor Nederlands. De lesopdrachten en de vertaling naar deze periode zijn eigen ontwerpkeuzes.
Het canvas als werkblad
Het backward design canvas van Vernieuwenderwijs helpt je om doelen, bewijs en leeractiviteiten in samenhang te bekijken. Je begint bij wat leerlingen moeten leren, onderzoekt hoe zij dat kunnen laten zien en kijkt vervolgens naar het onderwijs dat daarvoor nodig is.
Bij een bestaande lessenserie vul je het canvas eerst met wat je in de opdrachten, planning en beoordelingsafspraken terugvindt. Ontbreekt informatie, noteer dan een vraag. Een gewenste verandering kun je apart markeren. Zo blijft zichtbaar wat er al is en wat jullie nog willen aanpassen.
Hieronder vullen we de velden in voor ons Nederlandsvoorbeeld. Gebruik dezelfde velden wanneer je je eigen lessenserie bespreekt.
1. Gewenste resultaten

Vastgestelde doelen. We vertrekken vanuit doelzin 3A voor Nederlands in de onderbouw van het VO: ‘De leerling spreekt en schrijft afgestemd op doel, publiek en context.’ De doelzin staat in de SLO-publicatie Kerndoelen voortgezet onderwijs (2026, derde druk, p. 24).
Voor deze lessenserie richten we ons op een voorstel voor een schoolactiviteit, geschreven voor de leerlingenraad. Leerlingen onderbouwen hun keuze met twee relevante argumenten en herzien hun tekst met behulp van feedback. Dit is onze uitwerking van een deel van 3A. Het gekozen publiek en het aantal argumenten zijn ontwerpkeuzes.
Toepassen. Op langere termijn willen we dat leerlingen zelfstandig kunnen bepalen welke uitleg en onderbouwing een lezer nodig heeft. Bijvoorbeeld wanneer zij voor een ander publiek een voorstel schrijven. Eén tekst voor de leerlingenraad laat nog niet zien of dat al lukt.
Betekenis — inzichten. Leerlingen begrijpen dat een argument duidelijk moet maken waarom hun voorstel het overwegen waard is. Welke informatie en formulering daarbij helpen, hangt mede af van de lezer.
Betekenis — essentiële vragen. Wanneer is een voorstel overtuigend? Hoe verandert je uitleg wanneer je voor andere lezers schrijft?
Verwerving. Leerlingen kennen de begrippen standpunt, argument, doel en publiek. Ze kunnen argumenten beoordelen op relevantie, een verband met hun voorstel uitleggen en hun informatie en taalgebruik aanpassen aan de leerlingenraad.
2. Bewijs

Prestatietaak. Schrijf een voorstel waarmee je de leerlingenraad wilt overtuigen van een activiteit op school. Leg uit wat je voorstelt en onderbouw je keuze met twee relevante argumenten. Lever na de feedback zowel je concept als je herziene tekst in en licht één inhoudelijke wijziging toe.
Evaluatiecriteria. Bij het lezen van de teksten letten we op vier punten:
- Het is duidelijk welke activiteit de leerling voorstelt.
- Twee relevante argumenten ondersteunen de keuze; de leerling legt dat verband uit.
- De uitleg bevat informatie die de leerlingenraad nodig heeft. Woordkeus en toon passen bij deze lezers.
- De leerling kan uitleggen hoe een inhoudelijke wijziging het voorstel duidelijker of overtuigender maakt.
Aanvullend bewijs. We bekijken ook de eerste tekstanalyse, het concept en de toelichting bij de herziening. Daarmee kunnen we nagaan hoe leerlingen hun keuzes onderbouwen. Deze informatie helpt om de instructie aan te passen; de criteria vormen geen volledige beoordeling van doelzin 3A.
3. Leerplan

Instaptoets. Laat leerlingen eerst zelfstandig reageren op deze verzonnen zin: ‘We moeten een sportmiddag organiseren, want dat is leuk.’ Wat is het voorstel, wat is het argument en welke uitleg mist de leerlingenraad nog? De antwoorden helpen bepalen welke begrippen en redeneringen extra aandacht vragen.
Leeractiviteiten. Voor deze lessenserie kiezen we de volgende opbouw:
Week 1 — onderzoeken. Lees een korte voorbeeldtekst aan de leerlingenraad. Markeer het voorstel en twee argumenten. Leg uit waarom die argumenten voor deze lezers relevant zijn en bespreek één keuze in het taalgebruik. De docent doet voor hoe je zo’n keuze kunt onderbouwen.
Week 2–3 — schrijven en bespreken. Kies een schoolactiviteit en schrijf je eigen voorstel. Wissel concepten uit en bespreek ze met de criteria uit fase 2. De schrijver noteert welke uitleg nog ontbreekt en wat hij of zij gaat aanpassen.
Week 4 — herzien. Verbeter je voorstel en licht één inhoudelijke wijziging toe. Leg het concept en de nieuwe versie naast elkaar. De docent beoordeelt het herziene voorstel en de toelichting met de afgesproken criteria.
Formatieve activiteiten. De docent leest tussendoor enkele concepten en luistert naar de bespreking. Begrijpen leerlingen waarom een argument bij het voorstel past? Kunnen ze aangeven welke informatie de leerlingenraad nodig heeft? Op basis daarvan volgt extra uitleg of een nieuw voorbeeld. Daarna krijgen leerlingen tijd om de feedback te gebruiken.
De werkwijze kan per leerling verschillen. Wie moeite heeft met de redenering, bespreekt eerst mondeling een voorstel met de docent. Wie de basis beheerst, onderzoekt welke bezwaren de leerlingenraad zou kunnen hebben. Doel en criteria blijven herkenbaar.
Wat maakt het ingevulde canvas zichtbaar?
Leg de drie fasen naast elkaar. Als je een onderbouwd voorstel wilt beoordelen, waar leren leerlingen dan om argumenten uit te leggen? En als herzien belangrijk is, waar krijgen ze feedback en tijd om hun tekst te verbeteren?
Stel dat in de bestaande planning feedback pas bij het cijfer wordt gegeven. Dan wordt een gerichte ontwerpkeuze zichtbaar: vóór de eindversie moet een moment komen waarop leerlingen feedback kunnen gebruiken. Werk die verandering bij in het canvas én in de opdracht en planning.
Het ingevulde canvas laat zo de samenhang in de lessenserie zien. Wat leerlingen daadwerkelijk leren, onderzoek je met hun werk en uitleg. Spreek bijvoorbeeld af dat de docent drie geanonimiseerde concepten en herziene teksten meeneemt naar het volgende sectieoverleg. Bespreek wat verbeterde en welke ondersteuning nog nodig lijkt. Drie teksten geven aanleiding voor dat gesprek; ze vertegenwoordigen niet vanzelf de hele klas.
Bewaar bij het canvas welke opdrachtversies jullie hebben bekeken en wie het bijhoudt. Zijn die versies onduidelijk, begin dan bij het bronnenregister voor losse curriculumdocumenten.
Hetzelfde voorbeeld in Curriculum Playground
Hoe houd je de keuzes uit het canvas samen bij wanneer je met de sectie verder werkt? We hebben dezelfde lessenserie uitgewerkt in Curriculum Playground. Zo kun je de relatie tussen de doelzin, de eigen lesdoelen en de planning terugvinden.
In Overzicht staat doelzin 3A boven de lesuitwerking ‘Een voorstel voor de leerlingenraad schrijven en herzien’. Daaronder staan drie eigen lesdoelen: een duidelijk voorstel voor deze lezers schrijven, de keuze onderbouwen met twee relevante argumenten en feedback gebruiken om de tekst te verbeteren. De benamingen zijn voor dit voorbeeld ingericht; die kunnen per CP-omgeving verschillen.

In Plan krijgt de lessenserie dezelfde opbouw als in het canvas: ‘Een voorstel onderzoeken’ in week 1, ‘Schrijven en bespreken’ in week 2–3 en ‘Herzien en toelichten’ in week 4. De conceptbespreking is een moment voor feedback. Daarna werken leerlingen aan het herziene voorstel en de toelichting die de docent beoordeelt.

Daarmee kun je in het sectieoverleg een gerichte vraag stellen: als we de feedbackronde verplaatsen, blijft er dan voldoende tijd over om de tekst te herzien? Bij een verandering werk je de opdracht en planning samen bij. Het leerlingenwerk blijft nodig om te onderzoeken wat de gekozen opbouw oplevert.
Het canvas helpt om de inhoudelijke keuzes te maken; in CP kun je de doelen en planning met elkaar blijven bekijken. Bekijk hoe curriculumontwerp en planning in CP samenkomen.
Zelf aan de slag met het canvas
Download het backward design canvas. De eerste pagina bevat reflectievragen; de tweede is het blanco werkblad. Gebruik het Nederlandsvoorbeeld hierboven als invulhulp.
Kies met een collega één lessenserie en leg de bestaande opdrachten, planning en beoordelingsafspraken erbij. Doorloop de drie fasen van het canvas. Noteer wat je uit die bronnen kunt opmaken, welke vragen nog openstaan en welke verandering je wilt onderzoeken.
Sluit af met één afspraak: welke vraag gaan jullie nu onderzoeken, wie pakt dat op en wanneer bekijken jullie de uitkomst samen?
Wil je bespreken hoe je dit met je team in CP kunt bijhouden? Bekijk CP met jullie eigen curriculumvraag. Je kunt ook kort vertellen waar je tegenaan loopt via info@curriculumplayground.nl.
