Curriculum mapping maakt relaties in het programma zichtbaar. Je kunt bijvoorbeeld onderzoeken waar een leeruitkomst wordt opgebouwd of hoe een thema door verschillende leerjaren terugkomt. Welke informatie je verzamelt, volgt uit die vraag.
Bepaal eerst welke relatie je wilt zien
Kies één vraag: waar wordt een doel geoefend, waar wordt het beoordeeld of hoe neemt de complexiteit toe? Maak expliciet welk deel van het programma en welke periode je bekijkt. Een vakgroep kan met één leerjaar beginnen; een opleiding met één leerlijn.
Gebruik herkenbare onderdelen en bronnen
Noteer de doelen en de vakken, modules of onderwijseenheden waarin zij terugkomen. Houd de namen stabiel en verwijs naar het document of de activiteit waarop een koppeling is gebaseerd. Spreek af wat een markering betekent: behandelen, oefenen en beoordelen zijn verschillende relaties.
| Gegeven | Controlevraag |
|---|---|
| Doel of leeruitkomst | Welke versie en welk niveau bedoelen we? |
| Programmaonderdeel | Waar gebeurt dit precies? |
| Soort relatie | Wordt het aangeboden, geoefend of beoordeeld? |
| Bron | Welk materiaal ondersteunt deze markering? |
Lees een patroon met het team
Een leeg vakje kan betekenen dat iets ontbreekt of nog niet geregistreerd is. Een doel dat vaak terugkomt kan wijzen op herhaling, maar ook op bewuste opbouw. Bespreek het niveau, de context en het materiaal achter de markeringen.
Houd het overzicht bruikbaar
Spreek af wie wijzigingen bijhoudt en wanneer het team opnieuw kijkt. Voeg pas meer gegevens toe als duidelijk is welke vraag je daarmee kunt beantwoorden.
