Curriculumteams beginnen vaak met materiaal: een spreadsheet, nieuwe leeruitkomsten, een toetsplan of een bestaand schema. Dat materiaal vertelt nog niet welke gezamenlijke keuze het team gaat maken.
Beantwoord daarom eerst deze vijf vragen. Trek er dertig minuten voor uit. Laat iedereen aanvankelijk afzonderlijk schrijven; bespreek daarna vooral de verschillen.
1. Voor wie ontwerpen we?
Beschrijf de leerling- of studentgroep zo concreet mogelijk. Noteer de relevante beginsituatie, wat deze groep aan het einde moet kunnen en waar het team nu onzeker over is.
Leg vast: maximaal drie kenmerken die aantoonbaar gevolgen hebben voor het ontwerp.
2. Wat moet deze groep werkelijk leren?
Zet de belangrijkste bedoelde resultaten naast elkaar. Gaat het om kennis, handelen, oordeelsvorming of een combinatie? Gebruik de officiële bron waar die bestaat, zoals kerndoelen, een kwalificatiedossier, opleidingsprofiel of vastgestelde leeruitkomsten.
Leg vast: bron, versie en eigenaar van ieder prioritair resultaat.
3. Waaraan zien we dat het leren lukt?
Beschrijf welk werk, gedrag of besluit zichtbaar maakt dat de leerling of student het bedoelde resultaat bereikt. Begin nog niet bij de toetsvorm. Bepaal eerst welk bewijs een verantwoord oordeel mogelijk maakt.
Leg vast: één passend bewijsstuk per prioritair resultaat.
4. Welke leerervaringen zijn daarvoor nodig?
Kijk terug vanuit het beoogde bewijs. Waar wordt geoefend? Wanneer komt feedback? Welke tussenstap verdient tijd? Welke activiteit kan vervallen omdat zij niet bijdraagt aan het gekozen resultaat?
Leg vast: de kortste reeks van oefening, feedback en zelfstandige toepassing.
5. Welke randvoorwaarde bepaalt de eerstvolgende keuze?
Tijd, expertise, roosters, systemen, wetgeving en begeleiding begrenzen het ontwerp. Benoem wat nu werkelijk bepalend is. Maak er geen verlanglijst van.
Leg vast: één randvoorwaarde, de eigenaar en de datum waarop het team opnieuw kijkt.
Bespreek de verschillen
Leg de individuele antwoorden naast elkaar en markeer begrippen die anders worden gebruikt, bronnen die niet overeenkomen, resultaten zonder bewijs, activiteiten zonder duidelijk doel en randvoorwaarden die als onderwijskundige keuze worden gepresenteerd.
Kies één verschil dat vóór het volgende ontwerpoverleg moet worden opgelost. De opbrengst is geen volledig curriculumplan. Het is een precieze gezamenlijke start.
Vat het gesprek samen op één pagina
| Vraag | Voorlopig antwoord | Bron of bewijs | Open punt | Eigenaar |
|---|---|---|---|---|
| Voor wie? | ||||
| Wat leren? | ||||
| Waaraan zien we dat? | ||||
| Welke leerervaringen? | ||||
| Welke randvoorwaarde? |
Gebruik deze pagina bij het volgende overleg. Pas haar aan wanneer een bron, besluit of aanname verandert. Een geanonimiseerde versie laat bovendien snel zien waar antwoorden nog langs elkaar heen lopen.
