Iedereen die iets doet in het onderwijs gebruikt het woord curriculum regelmatig, maar wat betekent het nu eigenlijk écht? En waarom is het zo belangrijk om er goed over na te denken? In dit artikel geven we je een helder overzicht: van definitie tot praktische tips om zelf aan de slag te gaan.
Wat is een curriculum precies?
Een curriculum is simpel gezegd de routekaart van je onderwijs: het omschrijft wát leerlingen of studenten moeten leren, hóe ze dat leren, en hoe je vaststelt óf ze het geleerd hebben. Het gaat dus om doelen, toetsing en leeractiviteiten, allemaal in samenhang. Je kunt een curriculum zien als de blauwdruk van je onderwijs, waarin keuzes expliciet worden gemaakt en verantwoord.
Het curriculum is een plan voor het leren, met daarin doelen, toetsing en leeractiviteiten
definitie van curriculum
Hoe is het curriculum ontstaan?

Het begrip ‘curriculum’ stamt oorspronkelijk uit het Latijn en betekent letterlijk ‘loopbaan’ of ‘het te lopen pad’. In het onderwijs verwijst het naar de leerweg die leerlingen of studenten afleggen. Al sinds de middeleeuwen bestonden er vormen van onderwijsprogramma’s, vooral binnen religieuze of universitaire context. Maar het curriculum zoals we dat nu kennen kreeg vooral vorm in de twintigste eeuw.
In de eerste helft van die eeuw lag de nadruk op kennisoverdracht via vaste lesmethodes en vakstructuren. Pas vanaf de jaren ’60 ontstond in Nederland een bredere visie: naast kennis werden ook vaardigheden, attitudes en maatschappelijke relevantie belangrijk. Er kwam ruimte voor leerpsychologie, didactiek en leerlinggericht denken. Deze ontwikkeling werd versterkt door maatschappelijke veranderingen en onderwijshervormingen, zoals de Mammoetwet (1968).
Vanaf de jaren ’90 kreeg curriculumontwikkeling een meer systematisch en cyclisch karakter, waarbij thema’s als opbrengstgericht werken, formatief toetsen en leerdoelgericht ontwerpen steeds belangrijker werden. Vandaag de dag staat samenhang centraal: hoe zorg je dat doelen, inhoud, werkvormen en toetsing écht op elkaar aansluiten? En hoe sluit je onderwijs aan op de snel veranderende wereld om ons heen?
Visies op het curriculum
Achter elk curriculum schuilt een ideologie: een overtuiging over wat goed onderwijs is. Schiro onderscheidt vier dominante curriculumideologieën die helpen om je eigen uitgangspunten te herkennen:
Scholar-academic: Kennis is centraal. Onderwijs moet leerlingen en studenten voorbereiden op deelname aan wetenschappelijke of culturele tradities. Denk aan een klassiek curriculum met veel nadruk op wiskunde, taal of natuurwetenschappen.
Social-efficiency: Onderwijs is er om leerlingen en studenten efficiënt voor te bereiden op werk en samenleving. Leren moet doelgericht, meetbaar en praktisch zijn. Deze visie zie je vaak terug in beroepsgerichte opleidingen en outputsturing.
Learner-centered: Het kind staat centraal. Onderwijs sluit aan bij de behoeften, interesses en ontwikkeling van de leerling en student. Je vindt deze visie terug in gepersonaliseerd leren en ontwikkelingsgericht onderwijs.
Social-reconstruction: Onderwijs is er om de wereld beter te maken. Leren is gericht op maatschappelijke betrokkenheid, kritisch denken en het aanpakken van echte problemen.
Geen enkele visie is per definitie ‘beter’, maar het helpt wel om als team bewust te zijn van welke visie (of mix) je uitgangspunt vormt. Want je curriculum begint bij je overtuigingen!
Wil je zelf aan de slag met de ideologieën?
Dan hebben we een mooie werkvorm om met je team aan de slag te gaan.
👉 Klik daarvoor hier
Onderdelen van het curriculum
Jan van den Akker ontwierp het bekende ‘curriculumspinnenweb’ om alle aspecten van een curriculum overzichtelijk te maken. Dit spinnenweb heeft 10 onderdelen die met elkaar verbonden zijn:
- Visie: Waarom onderwijs je dit eigenlijk? Wat wil je bereiken?
- Doelen: Wat moeten leerlingen of studenten kennen en kunnen na afloop?
- Inhoud: Welke leerstof behandel je precies?
- Leeractiviteiten: Hoe leren leerlingen of studenten dit? Welke activiteiten passen daarbij?
- Docentrol: Wat doe jij als docent om het leren te begeleiden?
- Materialen en bronnen: Welke hulpmiddelen gebruik je?
- Groeperingsvormen: Werk je individueel, in groepen of klassikaal?
- Locatie: Waar vindt het leren plaats?
- Tijd: Hoeveel tijd besteed je aan elk onderdeel?
- Toetsing: Hoe meet je wat leerlingen of studenten geleerd hebben?
Juist doordat alles verbonden is, zorgt een verandering op één onderdeel vaak ook voor veranderingen elders in het spinnenweb. Het spinnenweb is daarmee een fijn middel om naar het curriculum te kijken: heb je als team alles wat er nodig is?
Waarom je zelf het curriculum wil vormgeven
Het curriculum is niet iets wat je simpelweg uit een boekje haalt. Natuurlijk kun je werken met een methode, maar het loont altijd om jezelf (en je team) af te vragen: gebruiken we de methode als leidraad, of als uitgangspunt? Door kritisch te kijken naar wat er staat én wat er ontbreekt, geef je richting aan het onderwijs dat jij belangrijk vindt.
Door zelf aan de slag te gaan met curriculumontwerp creëer je niet alleen eigenaarschap, maar ook een gedeelde taal in je team. Iedereen weet dan waar jullie naartoe werken, wat leerlingen of studenten leren, en waarom dat belangrijk is. Het helpt je om niet alleen te doen wat móet, maar ook om ruimte te maken voor wat je wílt: projecten, vakoverstijgende thema’s of vaardigheden die leerlingen en studenten echt nodig hebben.
Curriculumontwikkeling zorgt ervoor dat onderwijs geen optelsom wordt van losse onderdelen, maar een doordachte leerroute. Het helpt je koers te houden én samen met collega’s onderwijsvisie concreet en praktisch te maken.
Het curriculum ontwerpen met Backward Design

Een praktische manier om aan het curriculum te werken is Backward Design. Letterlijk betekent dit “achterwaarts ontwerpen” en dat is niet voor niets!. Hierbij start je met het formuleren van heldere einddoelen. Vervolgens bepaal je hoe je gaat toetsen of deze doelen bereikt zijn, en pas als laatste ontwerp je de leeractiviteiten die daarbij horen. Door zo te ontwerpen zorg je voor een glasheldere aansluiting tussen wat leerlingen of studenten moeten kennen, hoe je dat controleert en hoe ze daar uiteindelijk komen.
Het curriculum in samenhang met constructieve afstemming (constructive alignment)

In een ‘kloppend’ curriculum is alles op de juiste manier op elkaar afgestemd, en dat is wat je doet met ‘constructieve afstemming’. Constructieve afstemming draait om één simpel principe: alles in je curriculum moet consistent en op elkaar afgestemd zijn. Dat betekent dat de doelen, leeractiviteiten en toetsing perfect met elkaar overeenkomen. Als je bijvoorbeeld leerlingen leert kritisch denken, moeten je leeractiviteiten én toetsen ook daadwerkelijk het kritisch denken bevorderen en toetsen. Zo voorkom je dat leerlingen iets leren wat later nooit getoetst wordt, en vice versa.
Complexiteit in het curriculum met een spiraal curriculum
Hoe zorg je voor voldoende opbouw in het curriculum in complexiteit? Een spiraal curriculum kan daarbij helpen om dit goed te doen. Simpel gesteld betekent een spiraal curriculum dat je dezelfde onderwerpen steeds opnieuw behandelt, maar telkens op een hoger niveau en met meer complexiteit. Op deze manier bouw je kennis en vaardigheden steeds verder uit. Leerlingen of studenten krijgen zo meerdere keren de kans om hun begrip te verdiepen en verbindingen te leggen tussen eerdere en nieuwe kennis.
Praktische tips voor het ontwerpproces
Maar hoe ga je nu aan de slag met het ontwerpen van het curriculum? Curriculumontwerp hoeft geen ingewikkeld proces te zijn. Hier enkele praktische tips om meteen aan de slag te gaan:
- Begin bij je visie: Start altijd met de vraag: wat willen we bereiken en waarom?
- Gebruik backward design: Een fijne manier van werken die goed toe te passen is in elke praktijk.
- Betrek collega’s: Curriculumontwerp werkt het beste als je het samen doet. Zorg voor afstemming, samenwerking en gedeeld eigenaarschap.
- Blijf klein en concreet: Maak het proces niet te groot; ontwerp in kleine stapjes en stel duidelijke doelen.
- Evalueer regelmatig: Maak van curriculumontwikkeling een continu proces, waarin je steeds reflecteert, bijstelt en verbetert.
Handige tools voor het Curriculum
Het ontwerpen en ontwikkelen van een curriculum kan snel complex worden. Het gaat daarbij zowel om de instrumentele kant (hoe leg je het vast) als om de inhoudelijke kant (welke stappen nemen we, en hoe?).
Curriculum Playground
Een handig instrument voor het ontwerpen van het curriculum is Curriculum Playground, onze tool waarmee je stap voor stap het curriculum ontwikkelt. Zo zie je de verschillende onderdelen uit het spinnenweb terug, net als de werkwijze van backward design. Daarnaast is alles aan elkaar gekoppeld: en zo werk je aan constructieve afstemming!
Bekijk hier de video voor jouw relevante context:
Toolbox Curriculumontwerp
Om het proces goed te doorlopen kun je daarnaast gebruik maken van onze toolbox voor curriculumontwerp. In 8 onderdelen ga je stap voor stap met je team aan de slag om het ontwerp te maken. In de toolbox vind je handige werkvormen, extra artikelen om te lezen en eventueel andere producten die je kunt gebruiken.

In te toolbox vindt je 8 verschillende onderdelen:
- Collectieve ambitie: Hier ga je aan de slag met vragen als ‘Wat is onze visie?’ en ‘waartoe leiden we op?’
Klik hier om naar de pagina te gaan - Ontwerpprincipes: In deze fase beantwoord je vragen als ‘wat zijn onze ontwerpprincipes?’ en ‘hoe willen we deze principes terugzien in de praktijk?’
Klik hier om naar de pagina te gaan - Beoogde leerresultaten: In deze fase ga je aan de slag met het schrijven en uitwerken van de leerresultaten, zoals leerdoelen of leeruitkomsten.
Klik hier om naar de pagina te gaan - Ordenen & organiseren: In deze fase bedenk je samen hoe studenten/leerlingen stap voor stap naar het eindresultaat werken.
Klik hier om naar de pagina te gaan - Beoordelen & beslissen: In deze fase ontwerp je de toetsing: hoe meten en weten we dat onze studenten/leerlingen de doelen behaald hebben?
Klik hier om naar de pagina te gaan - Vormgeven van het leerproces: In deze fase ga je het leerproces vormgeven, bedacht vanuit je visie en ontwerpprincipes.
Klik hier om naar de pagina te gaan - Didactiek: In deze fase kijk je gezamenlijk naar de didactiek die hoort bij het nieuwe ontwerp
Klik hier om naar de pagina te gaan - Kwaliteit en evaluatie: de laatste fase, maar eigenlijk continu: doen we de juiste dingen, zoals we beoogd hebben? En is dit kwalitatief in orde?
Klik hier om naar de pagina te gaan
Verder verdiepen?
Wil je meer diepgang rondom de inhoud van het curriculum, curriculumontwerp of andere onderdelen die hier bij passen? Dan is onze leergang óf de opleiding tot curriculumexpert ook interessant! Je hebt de keuze voor de online leergang, waarin je in één jaar alle informatie krijgt om zelf aan de slag te kunnen. Of: mocht je persoonlijke begeleiding willen én graag in een kleine groep fysiek bezig zijn met de inhoud, volg dan de opleiding tot curriculumexpert!
Klik hier voor meer informatie over de leergang of de opleiding
Een goed curriculum is geen statisch document, maar een dynamische routekaart. Durf te experimenteren, blijf scherp en zorg ervoor dat je leerlingen en studenten écht verder komen!
Veel succes met ontwerpen!
Veel gestelde vragen
Een lesprogramma richt zich vooral op concrete lessen en onderwerpen die binnen een bepaalde periode worden behandeld. Een curriculum is breder: het omvat doelen, leeractiviteiten, toetsing en visie voor langere termijn en zorgt voor samenhang in het onderwijs.
Een toekomstbestendig curriculum is flexibel, stimuleert eigenaarschap bij leerlingen, integreert digitale geletterdheid, duurzaamheid en brede vaardigheden zoals creativiteit en kritisch denken.
Er wordt hard gewerkt aan een set nieuwe kerndoelen, waar iedereen in het PO en VO mee aan de slag zal moeten. Je kunt nu al beginnen met de concepten, zodat je op tijd voorbereid bent!
Het spinnenwebmodel is handig omdat het alle onderdelen van het curriculum visueel inzichtelijk maakt en helpt om de samenhang tussen deze onderdelen te bewaken en verbeteren.
Curriculumontwikkeling is het proces waarin onderwijsprofessionals systematisch nadenken over en werken aan het ontwerp, de uitvoering, evaluatie en verbetering van het curriculum.
