Woorden als eigenaarschap, flexibiliteit, betekenisvol en beroepsgericht kunnen in vrijwel iedere onderwijsvisie voorkomen. Hun waarde blijkt pas wanneer een team tussen redelijke alternatieven moet kiezen.

Kies drie echte dilemma's

Gebruik besluiten die binnenkort spelen, bijvoorbeeld:

  • vaste opbouw of meer keuzevrijheid;
  • disciplinair verdiepen of eerder integraal werken;
  • veel formatieve feedback of minder, intensievere momenten;
  • uniforme kaders of ruimte voor teams;
  • brede leeruitkomsten of fijnmaziger tussendoelen.

Formuleer beide kanten zo dat een deskundige ze kan verdedigen. Een karikatuur levert geen visietoets op.

Leg de visie naast ieder besluit

Beantwoord vier vragen:

  1. Welke passage uit de visie is relevant?
  2. Welke keuze krijgt daardoor de voorkeur?
  3. Welke prijs of beperking accepteert de opleiding?
  4. Welk zichtbaar gevolg verwachten we in programma, onderwijs of beoordeling?

Let op een visie die alles toestaat

Wanneer beide alternatieven zonder extra uitleg “goed bij de visie passen”, is de tekst mogelijk te algemeen. Dat hoeft niet te betekenen dat zij weg moet. Het team kan een concreet ontwerpprincipe of beslisregel toevoegen.

Bewaar het besluit als interpretatie

Een visie vertaalt zichzelf niet. Noteer hoe het team haar bij een specifiek dilemma heeft geïnterpreteerd en wie het besluit nam. Bij een later dilemma kan die redenering worden hergebruikt of bewust herzien.

Zo wordt visie geen sfeerwoord boven het curriculum, maar een spoor van keuzes waarvoor de opleiding verantwoordelijkheid neemt.