Een module verplaatsen lijkt een planningsbesluit. Tot blijkt dat een toets voortbouwt op kennis uit die module, een BPV-opdracht dezelfde periode gebruikt en de studiegids nog de oude volgorde toont.

De complexiteit zit niet in het aantal documenten op zichzelf. Zij ontstaat doordat één keuze verschillende soorten afhankelijkheden raakt.

Zes vakken op de systeemkaart

  1. Bedoeling. Welk leerresultaat, kerndoel, werkproces of profielkenmerk wordt geraakt?
  2. Programma. Welke module, leerlijn, periode of volgorde verandert?
  3. Onderwijs. Welke activiteit, oefening of feedbackmogelijkheid verschuift?
  4. Beoordeling. Welk bewijs, criterium of beslismoment is afhankelijk van de wijziging?
  5. Organisatie. Welke rol, expertise, tijd of bevoegdheid is nodig?
  6. Informatie. Welke bron, publicatie, code, versie of koppeling moet mee?

Teken alleen wat de wijziging raakt

Zet de voorgenomen wijziging in het midden. Trek per vak een lijn naar concrete objecten. Geef iedere lijn een status: gecontroleerd, aanname of onbekend.

Voeg geen element toe omdat het bij een volledig curriculummodel hoort. De kaart is bedoeld om één besluit te onderzoeken.

Zoek de duurste aanname

Niet iedere onbekende verdient direct onderzoek. Kies de aanname die bij een verkeerde inschatting de grootste onderwijsinhoudelijke, formele of organisatorische schade veroorzaakt. Controleer die vóór het team de wijziging uitwerkt.

Leg het besluit naast de kaart

Noteer welke gevolgen het team accepteert, welke eerst worden opgelost en welke buiten scope blijven. Wijs voor iedere vervolgstap een eigenaar en controledatum aan.

De kaart neemt complexiteit niet weg. Zij voorkomt wel dat een lokale wijziging als geïsoleerde ingreep wordt behandeld en de gevolgen pas na invoering zichtbaar worden.