De Wet leeruitkomsten hoger onderwijs is volgens het inwerkingtredingsbesluit op 1 januari 2025 in werking getreden. Zij heeft de wettelijke basis aangepast voor opleidingen die met eenheden van leeruitkomsten werken.

Bij invoering raken drie soorten uitspraken gemakkelijk vermengd: wat de wet mogelijk maakt, wat de instelling formeel vastlegt en wat een opleiding onderwijskundig ontwerpt.

1. Wettelijke ruimte en voorwaarden

Controleer de actuele WHW en onderliggende regeling voor definities, aanwijzing en voorwaarden. Gebruik geen projectpresentatie of oude informatie over het experiment als huidige rechtsbron.

2. Formele keuze van de instelling

Een opleiding moet vastleggen welke eenheden gelden, hoe zij zich verhouden tot de beoogde leerresultaten en welke procedures en rechten van toepassing zijn. De OER en andere formele besluiten hebben hier een eigen rol.

3. Curriculumontwerp

De wet ontwerpt geen leerroute. Teams moeten nog steeds besluiten welk handelen en niveau een leeruitkomst beschrijft, welk bewijs passend is, hoe studenten kunnen leren en feedback krijgen en hoe samenhang over eenheden heen zichtbaar blijft.

4. Uitvoering en informatie

Roosters, begeleiding, toetsorganisatie, vrijstellingen, voortgang en systemen moeten de gekozen varianten kunnen dragen. Een juridische mogelijkheid is nog geen werkend proces.

Gebruik een vierkolommencontrole

UitspraakWettelijke bronInstellingsbesluitOntwerp-/uitvoeringskeuze
Onze eenheden van leeruitkomsten zijn …
Studenten kunnen een andere leerroute volgen
Dit bewijs is voldoende voor beoordeling
Ons systeem ondersteunt deze route

Vul alleen in wat aantoonbaar is. Zo wordt zichtbaar welk gesprek juridisch, bestuurlijk, onderwijskundig of operationeel gevoerd moet worden.