Curriculumbewustzijn is het vermogen om een lokale onderwijskeuze te verbinden met het grotere geheel. Een docent hoeft daarvoor niet ieder curriculumdocument uit het hoofd te kennen. Wel moet het team kunnen onderzoeken waarop een keuze rust en wat erdoor verandert.
De zelfcheck
Neem één recente keuze, bijvoorbeeld een nieuwe opdracht, verplaatste module of aangepast beoordelingscriterium. Beantwoord samen vijf vragen:
- Welke bedoeling of formele bron raakt deze keuze?
- Welke andere onderdelen bouwen erop voort of leveren input?
- Wat merken leerlingen of studenten in activiteit, feedback of beoordeling?
- Welke documenten en systemen moeten dezelfde wijziging tonen?
- Wie bewaakt het gevolg na invoering?
Drie niveaus van antwoord
Herinnering: “Volgens mij staat dat in jaar twee.” Dit is een bruikbaar startsignaal, nog geen bron.
Vindplaats: het team kan document, versie en relatie aanwijzen.
Redenering: het team kan uitleggen waarom de relatie bestaat, welk alternatief is afgewogen en welk gevolg wordt verwacht.
Ontwikkel het in gewoon werk
Voeg bij een ontwerpoverleg steeds één bron- en gevolgvraag toe. Laat deelnemers afwisselend een wijziging terugvolgen of vooruit volgen. Bespreek niet alleen of informatie aanwezig is, maar ook of de relatie onderwijskundig verdedigbaar is.
Een bescheiden criterium
Een team hoeft na één sessie geen compleet curriculummodel te beheersen. Vooruitgang is zichtbaar wanneer minder besluiten op geheugen rusten, gevolgen eerder worden gevonden en open onzekerheden een eigenaar krijgen.
